Tijd: Vorig jaar  Views: 915

Burgerbegroting, dodelijke naam. Burger, wie wil dat nu zijn? Begroting, wie heeft daar nu zin in? In de kern gaat het bij een proces van burgerbegroting om actieve inwoners met gedeelde ambities voor hun wijk of dorp of over een onderwerp als bijvoorbeeld duurzaamheid of gezondheid. Het grote misverstand bij een burgerbegroting is dat het zou gaan om uitvlooierij van cijfers en geld. Om taartdiagrammen en begrotingsposten. Om ‘excell-participatie’. Brrr…. Dan wordt het al snel een variant op ‘Hoe jaag je mensen weg bij de lokale democratische processen’. 


Wat maakt een burgerbegroting bijzonder ten opzichte van andere participatievormen? Dat inwoners geld hebben en zo keuzes kunnen maken om hun ambities mogelijk te maken. Het begint met de ambities van inwoners en het begint niet met de in geld omgezette ambities van de gemeenteraad. In het laatste geval krijgen inwoners de rol als toetser van keuzes of beschouwer van transparantie. Een reactieve rol. En in het beste geval mogen ze wat herschuiven. De keuzes van de raad worden gezien als het primaat (dus ingekaderd) aan de voorkant en niet als finaliteit aan de achterkant. Dat is jammer, omdat het in de lokale democratie gaat om de opvattingen, oplossingen en keuzes van de inwoners voor de onderwerpen waarvan zij vinden dat ze er toe doen. Opvattingen, oplossingen en keuzes die zijn oorsprong vinden in een goed gesprek van inwoners met inwoners. Zo heeft de wijk Prinsenbeek in Breda in bijna vier weken tijd met 923 inwoners gesproken. In burgerbegrotingsjargon heet dat de deliberatie. Daarmee krijgt de burgerbegroting een sterke democratische inslag. Op zijn minst sterker dan die van de vertegenwoordigende democratie die wel een mandaat krijgt van de bevolking, maar geen agenda en oplossingen. Het democratisch gehalte van een burgerbegroting zit ‘m in het aantal mensen dat meedoet plus de kwaliteit van deliberatie (wie doet mee, hoe spreken we elkaar samen aan, hoe verlopen keuzes, etc). Een burgerbegroting met een kleine werkgroep en goede deliberatie kan nooit de opzet zijn van zo’n ingrijpend keuzeproces en een slechte deliberatie (online hokjes aankruisen of stickers plakken!) met een paar honderd mensen slaat ook de plank mis. 


Wat voegt dan het geld, als bijzonder middel, aan het proces toe? 


Op zijn minst drie zaken: 

1.­ Beschikking hebben over geld maakt dat mensen een reëel perspectief hebben voor hun inspanningen. Het is geen vraag aan derden partijen en als reactie “wij nemen het mee”. Bewoners kunnen het zelf uitvoeren. Mits ze er zelf uit willen komen. Het vermogen tot veranderen ligt bij de inwoners en niet bij de raad. Bewoners kunnen zich niet verstoppen achter de politieke rug van de raad en de raad hoeft zich niet te verschuilen achter beleid. 

2­. Het geeft inwoners de ruimte om af te wijken van gemeentebrede keuzes en te gaan voor de keuzes van hun gemeenschap. Door aan te geven welke onderwerpen voor hun gemeenschap er minder toe doen, of waar ze al eigen oplossingen voor hebben. Door aan te geven waar de grote toekomstige vragen voor hun wijk of onderwerp liggen. Inwoners zijn hiermee minder afhankelijk van potjes die over zijn of juist vol zitten. Hiermee onderscheidt een burgerbegroting zich van wijkbudgetten, omdat die een ‘plus’ zijn op bestaand beleid. Een burgerbegroting kan beleid bijstellen. Daarmee is een wijk of een dorp geen afgeleide bevolkingseenheid van de gemeente, maar een autonome gemeenschap met eigen identiteit en verlangens. Nabijheid en menselijke maat als startpunt van handelen. 

3­. De aanwezigheid van geld betekent tegelijkertijd ook de aanwezigheid van schaarste. Omdat het budget een plafond heeft. Dus moet er gekozen worden. Dat is echt heel anders dan het aangeven van wensen of prioriteiten. Het is een stap voorbij de vrijblijvendheid. Bewoners adresseren zichzelf namelijk als ontwikkelaars voor oplossingen. En dan komt het steeds vaker voor dat inwoners aangeven dat ze weliswaar als prioriteit hebben dat er een fietspad moet komen, maar dat het vanuit budgetoverwegingen veel verstandiger is voor de ontwikkeling van de wijk dat er geld gestoken wordt in huiswerkbegeleiding. Dit laatste is het ware voorbeeld uit Antwerpen. Bewoners veranderen van belastingbetalende klanten van de overheid naar slimme doeners voor hun eigen wijk. Ze zien dat zes huiswerkklassen net zo duur zijn als 150 meter fietspad en maken heroverwegingen: waar schiet de wijk in dit geval dan het meeste mee op? Want geldkeuzes zijn wat anders dan een prioriteitenlijst. 


Met dit soort hersenkrakers werken nu 14 gemeenten in de Leerkring Burgerbegroting. Eén van de lessen is: minder ‘begrotingsuitvlooierij’ bij de start en meer echte deliberatie met inwoners.

Ander nieuws

Reacties