Tijd: 26 weken geleden  Views: 256

Op 2 september 2016 stuurde de gemeente ons een vertrouwelijke brief die  a b s o l u u t  niet voor ons bestemd was. Het ging over schimmige zaken, aangifte bij de politie en het overtreden van fatsoensnormen. Op de achtergrond speelden hierbij gedragingen van een gemeenteraadslid. Op 17 oktober, toen wij wisten voor wie deze vertrouwelijke brief  w e l  bestemd was hebben wij een klacht bij de gemeente gedeponeerd tegen de ondertekenaar van de brief, burgemeester Cornelisse. Wettelijk had de klacht binnen 6 weken, begin december 2016, afgehandeld moeten zijn. Deze zaak duurde tot 10 mei 2017, dus 6 maanden te lang. 

Volgens de Algemene wet bestuursrecht hoofdstuk 9 en de gemeentelijke Klachtenverordening wordt een klacht over handelingen van de burgemeester binnen 5 dagen gevolgd door een telefoontje van de locoburgemeester. In dit geval belde wethouder Beers pas op 17 november 2016, na enkele reminders onzerzijds. In het prettig verlopen gesprek deed hij uitspraken en toezeggingen die hij binnen 2 weken schriftelijk zou bevestigen. Bijna 2 maanden later kwam die bevestiging op 10 januari 2017. Gelukkig beschikken wij over een geluidsopname van het hele gesprek en konden daardoor vaststellen dat de brief een vijftal leugens bevatte. De ambtenaar die deze brief van 10 januari mocht schrijven was ook verantwoordelijk voor de foute adressering van de brief van 2 september. Deze ambtenaar vertelde ons op 15 december op eigen houtje dat de gemeente klachten van kritische burgers niet serieus neemt en niet meer behandelt. 

Uiteindelijk kon de gemeente er toch niet meer omheen onze klacht door de klachtencommissie te laten behandelen, mede omdat er vanuit de oppositie kritische vragen werden gesteld over de zaak.  Op 20 maart vond uiteindelijk de hoorzitting door de klachtencommissie plaats. In haar advies aan het college van 10 mei verklaart de commissie de klacht als ontvankelijk, stelt vast dat de gemeente schriftelijk en mondeling excuses heeft gemaakt en concludeert voorts dat de afhandeling van de klacht veel te lang geduurd heeft. 

Het is de cultuur van de gemeente Langedijk zichzelf centraal te stellen.

Het gaat in Langedijk niet om het belang van de burger. Keer op keer blijkt dat de gemeente Langedijk zichzelf belangrijker acht dan de burgers die zij behoort te dienen. Niet voor niets geven de respondenten op onze enquêtes aan geen vertrouwen in onze lokale overheid te hebben. Keer op keer maakt de gemeente haar imago dan ook  volledig waar. Dramatisch is de wijze waarop mensen die 50 jaar geleden een stukje gemeentegrond bij hun tuin mochten voegen nu worden aangepakt. Mensen van ruim 80 die ooit, na de ruilverkaveling, van de gemeente te horen kregen dat ze een stukje braakliggende grond naast hun tuin rustig mochten gebruiken. Een contractje vond niemand nodig, het touwtje hing toen nog uit de brievenbus. Ons huidige bestuur ziet er geen been in zulke mensen met concept-dagvaardingen de stuipen op het lijf te jagen. Er schijnen al gezondheidsklachten uit voortgekomen te zijn. Een gemeente die € 40 miljoen publiek geld vergokt, daarna ter reparatie het maatschappelijke middenveld ruïneert en zich misdraagt jegens haar burgers heeft geen bestaansrecht. Op 31 mei zit de raad bij CdK Johan Remkes om over de burgemeestersvacature te praten. Wij zijn heel benieuwd maar vertrouwen dat ergens toch het gezonde verstand zal zegevieren.     

Ander nieuws

Reacties